18 jan 2026
Van de predikant
Om te beginnen wens ik jullie graag van harte een gezegend en goed nieuw jaar 2026 toe! We kijken met elkaar terug op een warme en gloedvolle kerst met elkaar temidden van een duistere en gebroken wereld. Wat is het dan goed om weet te hebben van een alternatief, om het feest te vieren van de alternatieve koning Jezus, die licht verlangt te brengen in al deze donkerte. Licht temidden van de duisternis wens ik ons allemaal toe.
We leven op moment van schrijven nog in de liturgische tijd van Epifanie, maar is het al bijna veertigdagentijd. In die tijd van voorbereiding op Pasen, keren we in en om, we proberen opnieuw de weg te vinden die ons met Jezus in Jeruzalem brengt. In de oude christelijk mystieke traditie spreekt men met liefde van woestijntijd. Je moet door de woestijn van je leven heen, wat heel zwaar en ingrijpend kan zijn, en daarbij nieuwe bronnen weten te vinden. Maar je gaat die weg niet alleen...
Zo is er de beroemde icoon van Menas. Deze icoon werd in de 19e eeuw gevonden in de ruïne van een oud Koptisch klooster in Bawit, diep in de Egyptische woestijn. Hij staat bekend als de ‘icoon van de vriendschap.’ We zien aan de rechterzijde Jezus, zijn arm vriendschappelijk om de schouder geslagen van Menas, vermoedelijk de abt van het klooster. Het is een van de oudste iconen die bewaard is gebleven, uit de 6e of 7e eeuw. Opmerkelijk zijn de warme, oranje kleuren. Verder valt mij op aan de twee figuren dat ze dicht bij elkaar staan en warmte en menselijkheid uitstralen.
De monnik Menas leefde in de derde eeuw in Egypte. Na de dood van zijn ouders – zo gaat het verhaal - verdeelde hij zijn bezit en werd monnik. In deze tijd werden christenen streng vervolgd. Menas vlucht de woestijn in. Na vijf jaar komt hij terug naar de samenleving. Naar het schijnt liep hij tijdens de jaarlijkse ruiterspelen in de stad Cotynaeum tijdens de pauze naar de arena van het amfitheater. En riep de mensen toe met de woorden van Jesaja (65): De Heer zegt: Al vragen zij niet naar mij, toch laat ik me raadplegen, en al zoeken ze mij niet, toch laat ik me vinden.
Al mediterend ervaar ik het leven van Menas als een uitdaging voor ons om niet in de woestijn te blijven. Er is in Gods naam zoveel te doen. We kunnen dat doen door in alle eenvoud te getuigen van het vuur van de liefde dat in elk van ons wel ergens leeft. Christus wil dat vuur aanwakkeren en ons bevrijden van alles waar we slaaf van zijn of dat ons leven kluistert. Dat is bepaald niet gemakkelijk. We worden door zoveel dingen beïnvloed, soms klein, angstig of onzeker gemaakt. Er is veel pijn en verdriet, en voor vele mensen zijn de zorgen groot. We leven in een gebroken wereld.
Maar we hebben de woestijn dan, zoals Menas, soms ook weer nodig. We trekken ons dan terug. Woestijntijd is leertijd, leren we van de Schriften. Maar we moeten er niet blijven steken. We mogen beseffen hoe kostbaar we zijn als mens. En dat we nieuw, beloofd land mogen betreden. De weg die er voor jou is moet je zelf ontdekken. Dat is de weg van de moeilijke vrijheid. Maar je kunt wèl mensen ontmoeten met wie je samen uitzicht krijgt op het hoopvolle van die weg. Je kunt je verbinden aan mensen met wie je samen Gods land van liefde gaat ontdekken. De stappen moet je wel zelf zetten. Hoe eng en naakt wij ons ook voelen. Maar…. je staat er niet alleen voor.
De rol die abt Menas in zijn hand houdt, is waarschijnlijk de kloosterregel. Menas werd zò aangestoken door het voorbeeld van zijn vriend Jezus, dat hij zelf een broeder voor andere mensen wilde worden. In het klooster maar ook daarbuiten. Zijn krachtige blik is op de mensen gericht. Met zijn rechterhand geeft hij de zegen: wie met Jezus op zijn levenspad gaat, wordt een zegen van God voor andere mensen.
Als gezegd: Christus legt zijn arm liefdevol om de schouder van Menas. De icoon is een symbool (=teken) van het samen op weg gaan naar God en zijn Koninkrijk, het land van heelheid en vreugde. Oprecht zoekend en delend, elkaar ontmoetend, elk mens met zijn eigenheid en eigen waarde, met één doel: Gods land van liefde samen ontdekken. Met één gids: Christus zelf. Gedurende onze levenstocht hebben ook wij behoefte aan een arm om onze schouders.
Op de icoon is de arm van Jezus - als je goed kijkt – heel lang. Een opmerkelijk detail. Ik stel het me zò voor: via tochtgenoten, maar ook via de stem die in jouw binnenste spreekt, legt Jezus zijn arm òòk over jouw schouder. Die monnik Menas dat ben jij! De icoon laat in feite zien hoe nabij Christus wel wil komen. En wij elkaar in zijn naam òòk kunnen zijn. Nog een detail: het lijkt alsof Christus de monnik een beetje naar voren duwt. Dat is het mooie en bevrijdende: Hij gelooft in jou en zegt: ‘jij kùnt dat, ik sta achter jou. Geloof er in en heb vertrouwen!’
Deze icoon is Koptisch, dus christelijk Egyptisch. Opvallend daaraan is dat de figuren met opzet niet de juiste verhoudingen hebben. In het bijzonder de ogen vallen op. De grote stralende ogen geven vertrouwen. Ze nodigen uit mèt Christus mee te kijken, dezelfde kant op, naar Gods Koninkrijk. Òver de twijfels en tegenstellingen heen waar we op dit moment misschien doorheen gaan.
Tegelijk zie ik Jezus' ogen kijken naar ieder van ons die vòòr de icoon bidt. Alsof ze willen zeggen: ‘Laat me eens naar je kijken. Blijf daar en bidt. Vlucht niet weg, ren niet voor jezelf weg. Wees daar zoals je nu bent, zelfs als je nu niet kùnt bidden. Laat voor je gebeden wòrden door mij, en laat je door mij aanschouwen.’ De mond daarentegen is juist weer heel klein afgebeeld. Ik stel me voor dat gezegd wordt: ‘Laat ons vooral luisteren en spreken met ons hart én niet te loslippig zijn.’ De blote voeten tonen de grote eenvoud van de weg die we samen met Christus gaan. Blootsvoets, kwetsbaar. Maar ook in energetische verbinding met de aarde.
Iconen worden geschilderd in een ‘omgekeerd perspectief’. De lijnen van het perspectief komen naar ons toe, zoals God naar òns toekomt! Dit zien we keer op keer in de Schriften gebeuren. Die staan vol van dat ‘omgekeerd perspectief’: ‘Heb je vijanden lief, treurenden zullen getroost worden, wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen enz’. Alles wordt òmgekeerd.
Dit ‘uitzicht’ zegt iets over ons als we met Menas met Christus optrekken. Je hebt in het leven een doel vaak tegenòvergesteld aan de doelen die in onze samenleving worden gepropageerd. Je doel is niet steeds méér en méér voor jezelf, maar breken en delen met de ander. Het is kiezen om tegen de stroom van de samenleving in te gaan. Deze icoon zit vol symboliek. Ze straalt verbondenheid en geborgenheid uit én hoopt dat je met vertrouwen op weg gaat door het leven, op zoek naar Gods Koninkrijk, Gods land van vrede en liefde. Op weg naar de vreugde van de Verrijzenis in het Paasfeest. Een goede woestijntijd gewenst….!
In de liefde van Christus,
Ds. Dirk Neven, predikant PKN Cothen & Wijk bij Duurstede
We leven op moment van schrijven nog in de liturgische tijd van Epifanie, maar is het al bijna veertigdagentijd. In die tijd van voorbereiding op Pasen, keren we in en om, we proberen opnieuw de weg te vinden die ons met Jezus in Jeruzalem brengt. In de oude christelijk mystieke traditie spreekt men met liefde van woestijntijd. Je moet door de woestijn van je leven heen, wat heel zwaar en ingrijpend kan zijn, en daarbij nieuwe bronnen weten te vinden. Maar je gaat die weg niet alleen...
Zo is er de beroemde icoon van Menas. Deze icoon werd in de 19e eeuw gevonden in de ruïne van een oud Koptisch klooster in Bawit, diep in de Egyptische woestijn. Hij staat bekend als de ‘icoon van de vriendschap.’ We zien aan de rechterzijde Jezus, zijn arm vriendschappelijk om de schouder geslagen van Menas, vermoedelijk de abt van het klooster. Het is een van de oudste iconen die bewaard is gebleven, uit de 6e of 7e eeuw. Opmerkelijk zijn de warme, oranje kleuren. Verder valt mij op aan de twee figuren dat ze dicht bij elkaar staan en warmte en menselijkheid uitstralen.
De monnik Menas leefde in de derde eeuw in Egypte. Na de dood van zijn ouders – zo gaat het verhaal - verdeelde hij zijn bezit en werd monnik. In deze tijd werden christenen streng vervolgd. Menas vlucht de woestijn in. Na vijf jaar komt hij terug naar de samenleving. Naar het schijnt liep hij tijdens de jaarlijkse ruiterspelen in de stad Cotynaeum tijdens de pauze naar de arena van het amfitheater. En riep de mensen toe met de woorden van Jesaja (65): De Heer zegt: Al vragen zij niet naar mij, toch laat ik me raadplegen, en al zoeken ze mij niet, toch laat ik me vinden.
Al mediterend ervaar ik het leven van Menas als een uitdaging voor ons om niet in de woestijn te blijven. Er is in Gods naam zoveel te doen. We kunnen dat doen door in alle eenvoud te getuigen van het vuur van de liefde dat in elk van ons wel ergens leeft. Christus wil dat vuur aanwakkeren en ons bevrijden van alles waar we slaaf van zijn of dat ons leven kluistert. Dat is bepaald niet gemakkelijk. We worden door zoveel dingen beïnvloed, soms klein, angstig of onzeker gemaakt. Er is veel pijn en verdriet, en voor vele mensen zijn de zorgen groot. We leven in een gebroken wereld.
Maar we hebben de woestijn dan, zoals Menas, soms ook weer nodig. We trekken ons dan terug. Woestijntijd is leertijd, leren we van de Schriften. Maar we moeten er niet blijven steken. We mogen beseffen hoe kostbaar we zijn als mens. En dat we nieuw, beloofd land mogen betreden. De weg die er voor jou is moet je zelf ontdekken. Dat is de weg van de moeilijke vrijheid. Maar je kunt wèl mensen ontmoeten met wie je samen uitzicht krijgt op het hoopvolle van die weg. Je kunt je verbinden aan mensen met wie je samen Gods land van liefde gaat ontdekken. De stappen moet je wel zelf zetten. Hoe eng en naakt wij ons ook voelen. Maar…. je staat er niet alleen voor.
De rol die abt Menas in zijn hand houdt, is waarschijnlijk de kloosterregel. Menas werd zò aangestoken door het voorbeeld van zijn vriend Jezus, dat hij zelf een broeder voor andere mensen wilde worden. In het klooster maar ook daarbuiten. Zijn krachtige blik is op de mensen gericht. Met zijn rechterhand geeft hij de zegen: wie met Jezus op zijn levenspad gaat, wordt een zegen van God voor andere mensen.
Als gezegd: Christus legt zijn arm liefdevol om de schouder van Menas. De icoon is een symbool (=teken) van het samen op weg gaan naar God en zijn Koninkrijk, het land van heelheid en vreugde. Oprecht zoekend en delend, elkaar ontmoetend, elk mens met zijn eigenheid en eigen waarde, met één doel: Gods land van liefde samen ontdekken. Met één gids: Christus zelf. Gedurende onze levenstocht hebben ook wij behoefte aan een arm om onze schouders.
Op de icoon is de arm van Jezus - als je goed kijkt – heel lang. Een opmerkelijk detail. Ik stel het me zò voor: via tochtgenoten, maar ook via de stem die in jouw binnenste spreekt, legt Jezus zijn arm òòk over jouw schouder. Die monnik Menas dat ben jij! De icoon laat in feite zien hoe nabij Christus wel wil komen. En wij elkaar in zijn naam òòk kunnen zijn. Nog een detail: het lijkt alsof Christus de monnik een beetje naar voren duwt. Dat is het mooie en bevrijdende: Hij gelooft in jou en zegt: ‘jij kùnt dat, ik sta achter jou. Geloof er in en heb vertrouwen!’
Deze icoon is Koptisch, dus christelijk Egyptisch. Opvallend daaraan is dat de figuren met opzet niet de juiste verhoudingen hebben. In het bijzonder de ogen vallen op. De grote stralende ogen geven vertrouwen. Ze nodigen uit mèt Christus mee te kijken, dezelfde kant op, naar Gods Koninkrijk. Òver de twijfels en tegenstellingen heen waar we op dit moment misschien doorheen gaan.
Tegelijk zie ik Jezus' ogen kijken naar ieder van ons die vòòr de icoon bidt. Alsof ze willen zeggen: ‘Laat me eens naar je kijken. Blijf daar en bidt. Vlucht niet weg, ren niet voor jezelf weg. Wees daar zoals je nu bent, zelfs als je nu niet kùnt bidden. Laat voor je gebeden wòrden door mij, en laat je door mij aanschouwen.’ De mond daarentegen is juist weer heel klein afgebeeld. Ik stel me voor dat gezegd wordt: ‘Laat ons vooral luisteren en spreken met ons hart én niet te loslippig zijn.’ De blote voeten tonen de grote eenvoud van de weg die we samen met Christus gaan. Blootsvoets, kwetsbaar. Maar ook in energetische verbinding met de aarde.
Iconen worden geschilderd in een ‘omgekeerd perspectief’. De lijnen van het perspectief komen naar ons toe, zoals God naar òns toekomt! Dit zien we keer op keer in de Schriften gebeuren. Die staan vol van dat ‘omgekeerd perspectief’: ‘Heb je vijanden lief, treurenden zullen getroost worden, wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen enz’. Alles wordt òmgekeerd.
Dit ‘uitzicht’ zegt iets over ons als we met Menas met Christus optrekken. Je hebt in het leven een doel vaak tegenòvergesteld aan de doelen die in onze samenleving worden gepropageerd. Je doel is niet steeds méér en méér voor jezelf, maar breken en delen met de ander. Het is kiezen om tegen de stroom van de samenleving in te gaan. Deze icoon zit vol symboliek. Ze straalt verbondenheid en geborgenheid uit én hoopt dat je met vertrouwen op weg gaat door het leven, op zoek naar Gods Koninkrijk, Gods land van vrede en liefde. Op weg naar de vreugde van de Verrijzenis in het Paasfeest. Een goede woestijntijd gewenst….!
In de liefde van Christus,
Ds. Dirk Neven, predikant PKN Cothen & Wijk bij Duurstede
terug